Schrijfster van meer dan veertig boeken over taal, etiquette, fictie en het leven zelf.
Memoires die meer zijn dan een verzameling vrijblijvende herinneringen. In deze kieskeurige, scherpe selectie uit 85 jaar leven prevaleert het tijdsbeeld. Openhartig en met lichte ironie heeft de auteur haar persoonlijke hoogte- en dieptepunten doorgekamd met de huidige tijd voor ogen zonder vergane zaken en verworvenheden nadrukkelijk te benoemen, te analyseren, goed te praten of af te keuren.
"Er is zoveel veranderd dat ik zelf bijna niet kan geloven dat ik dat was in die jaren zestig, zeventig, tachtig, negentig."
De titel is ontleend aan een voorval tijdens een natuurkundeles in 1957 en helaas worden meisjes anno 2026 stelselmatig nog steeds te laag ingeschat.
Uitgeverij Brooklyn, 2019 · 160 pagina's
Een selectie uit de ruim 8000 dooddoeners, stoplappen en andere clichés die eerder verschenen in haar succesvolle bundels Ik zeg maar zo ik zeg maar niks, Zo lust ik er nog wel een, Als mijn tante een snor had... Vaak zijn de uitdrukkingen van generatie op generatie overgeleverd, andere zijn recentelijk ontstaan. Op veler verzoek maakte zij deze selectie van ruim 2000 woordspelingen en platitudes die niet zelden venijnig en gelijkhebberig zijn, maar ook getuigen van een overrompelende veelzijdigheid die onmiskenbaar op de lachspieren werkt.
Verhalen · Uitgeverij Lias, 2015 · 176 pagina's · € 19,95
Bundel met 17 ernstige en lichtvoetige, onvoorspelbare verhalen over mensen. Rake karakterschetsen van oude en jonge mensen, die uit onhandigheid of berekening in vreemde of pijnlijke situaties verzeild raken. Het leven is geen lolletje, maar soms gloort er hoop.
'In soepel en geestig proza toont Inez van Eijk zich een scherp maar liefdevol waarnemer van het menselijk bedrijf.' — Rudi Wester
'De subtiele manier waarop ze spanning oproept! Mooie, heldere taal.' — Thomas Verbogt
Inez van Eijk werd geboren in januari 1940 in Amsterdam-west. Na de lagere school bezocht zij de Eerste Vijfjarige HBS-B aan de Keizersgracht (het huidige kantoor van Amnesty International). Na haar eindexamen in 1957 ging ze medicijnen studeren, maar stapte na een jaar over op de studie Nederlandse taal- en letterkunde, eveneens aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam.
Vanaf 1959 bewoonde ze verschillende studentenkamers, onder meer aan de Egelantiersgracht en in de Runstraat. In 1969 behoorde ze tot de eerste groep Bijlmermeerbewoners, maar drie jaar later verhuisde ze naar Amsterdam-zuid, waar ze nog steeds woont. Ze is gescheiden en heeft geen kinderen.
Vragen, reacties of andere berichten zijn van harte welkom via onderstaand formulier.